Op de Noordelijke IJ-oever ligt, ten oosten van het IJ-plein één van de oudste bedrijventerreinen van Amsterdam Noord: het Hamerstraatgebied. Het Hamerstraatgebied wordt begrensd door de woongebieden IJ-plein, Vogelbuurt, Vogeldorp en het voormalige Akzo-terrein, tegenwoordig Albemarle (figuur 1). Bekende bedrijven van oudsher zijn o.a. Draka en Stork. Ook de haven van het Gemeentelijke Vervoersbedrijf (GVB) is er gevestigd.
|
| Vogelvlucht Hamerstraatgebied, met Albemarle op de voorgrond |
Begin jaren tachtig kampte het gebied met een bereikbaarheidsprobleem. Het probleem kreeg een zodanige vorm, dat bedrijven als Stork en Draka dreigden te verhuizen. De gemeente Amsterdam heeft daarop een plan gemaakt waarin de in ongebruikt geraakte kanalen, na demping, zouden worden benut voor de aanleg van nieuwe infrastructuur. Op de terreinen die niet voor infrastructuur nodig waren, werden bestaande bedrijven uitgebreid en nieuwe kavels ontwikkeld. De realisatie van dit plan, de centrale ligging, het industriële karakter en de relatie met het IJ hebben een enorme impuls aan het gebied gegeven. Dit leidde ertoe dat bedrijven fors in hun vestiging investeerden en dat nieuwe bedrijven zich vestigden.
Nu, vijfentwintig jaar later, vindt er een nieuwe golfbeweging plaats en is er opnieuw reden om het Hamerstraatgebied onder de loep te nemen. Belangrijkste ontwikkeling is de verschuiving van een traditioneel en ambachtelijk bedrijventerrein naar een intensief gebruikt gemengd bedrijventerrein met een toename van creatieve bedrijvigheid (mode, film, architecten). Er is sprake van een ontwikkeling naar een levendig stedelijk milieu waar ook niet-bedrijfsfuncties op het gebied van recreatie (musicaltheater M’Lab), leisure en horeca (restaurant Hotel de Goudfazant) goed gedijen.
Het Hamerstraatgebied is aan het verkleuren van een traditioneel bedrijvengebied naar een bedrijvengebied met meer verscheidenheid. Er zijn vernieuwende initiatieven van zowel gevestigde bedrijven als nieuwkomers. Over het algemeen zijn deze initiatieven wenselijk en waar mogelijk wordt meegewerkt om deze gerealiseerd te krijgen.
De bebouwingsregels worden ontleend aan een oud bestemmingsplan (1943) dat industrie, groothandel en nijverheid toestaat en de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening. Wenselijke initiatieven die niet binnen deze bestemmingen passen, zijn alleen via tijdrovende procedures te realiseren. Hoewel deze werkwijze heeft bijgedragen aan de vitalisering van het gebied, staat de houdbaarheid ervan onder druk. Duidelijk is dat op deze manier de wenselijke initiatieven niet op een goede manier kunnen worden gefaciliteerd. Om in de toekomst wenselijke ontwikkelingen te kunnen faciliteren is een nieuw richtinggevend juridisch-planologisch kader (bestemmingsplan) noodzakelijk.
|
| Pand Noord I |