In september gaat de HAVENsafari enkele duizenden mensen door de werkende havens voeren: een tocht van drie uur over land én water brengt deze ontdekkingsreizigers naar het onontgonnen gebied waar Amsterdam en Zaandam elkaar ontmoeten, en waar nog veel bijzondere plekken te ontdekken zijn. Tijdens de HAVENsafari kunnen bezoekers uit de Metropool Amsterdam helemaal zelf gaan kennismaken met de bijzondere omgeving van een gebied dat tot nog toe voor velen verborgen is gebleven: de haven.
Industrieel erfgoed, kunst, duurzaamheid en eten staan bij die ontdekkingsreis centraal: ze zetten de bedrijvigheid in de haven elk op hun eigen wijze in een bijzonder daglicht.
Voor een blik op het industriële erfgoed in de haven hoeven we niet bijzonder ver terug in de tijd. Vóór de aanleg van het Noordzeekanaal in de tweede helft van de negentiende eeuw - de opening vond plaats op 1 november 1876 - was er van land in dit gebied nog amper sprake. Het IJ was een woest binnenwater dat reikte van Amsterdam tot Haarlem en Beverwijk. Handel ging over de Zuiderzee. Met het dichtslibben van de handelsroutes naar Amsterdam over de Zuiderzee, kwam de vaarroute via ‘Holland op zijn smalst’ meer onder de aandacht: een doorbraak van de duinen bij Velsen. De aanleg van het Noord-Hollands Kanaal, via Den Helder, bracht even verlichting, maar ook deze route voldeed al snel niet meer aan de eisen van de tijd: de schepen groeiden snel. Het graven van het Noordzeekanaal, de aanleg van zeesluizen en de inpoldering van het IJ volgden om de groeiende scheepsgroottes het hoofd te bieden.
De aanleg van het Noordzeekanaal vormde de industriële bakermat voor regio Amsterdam. In tegenstelling tot het oostelijk havengebied, waar havenactiviteit inmiddels plaats heeft gemaakt voor wonen en werken, is in het westelijk havengebied nog volop bedrijvigheid te vinden. Zeetankers en binnenvaartschepen varen af en aan om zich te verlossen van hun lading. Olie, staal, kolen, graan, fosfaat, koffie, cacao, vruchtensappen en rum; al deze producten liggen in tonnen opgeslagen in megatanks, silo’s, loodsen, of gewoon gestort op gigantische bergen. Vanaf het water is dit een indrukwekkend gezicht.
Ondanks het jonge verleden, zijn er in het westelijk havengebied genoeg sporen te vinden die het verhaal van de haven een historische rijkdom geven. Een paar tipjes van de sluier:
In 1946 besloten de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) en de Nederlandsche Dok Maatschappij (NDM) tot fusie en daarmee het ontstaan van de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM), een bedrijf dat bijna 2 kilometer Noordelijke IJ-oever in beslag nam. Alleen de straatnamen herinneren nog aan de grote schepen die hier van de hellingen rolden, want na vele overnames en faillietverklaringen kwam het meest westelijke deel van het terrein in handen van Shipdock BV, dat daarmee de dokfunctie handhaafde; op de oostelijke delen van het terrein ontwikkelde zich creatieve industrie en kunstzinnige broedplaatsen, met bedrijven als MTV Networks en Stichting Kinetisch Noord. De NDSM werf, en meer specifiek de NDSM pier, vormt als overgang tussen stad en haven de startlocatie van de Havensafari.
Toen Henry Ford eind jaren twintig de Fordfabriek in Rotterdam bezocht concludeerde hij dat een grotere, beter gelegen fabriek nodig was om de Europese markt mee te bedienen. Die nieuwe fabriek werd uiteindelijk gebouwd aan de nog in aanbouw zijnde Amsterdamse Westhaven, en vijftig jaar lang werd de Europese markt vanaf de kop van de Westhaven van de nieuwste Fordmodellen bediend. Er was zelfs een heuse testbaan op het 25 ha. grote terrein, waarop de auto’s getest werden voorafgaand aan verscheping voor de verkoop. Na het ter ziele gaan van de Fordfabriek, werd het terrein in 2006 door OBA Bulk Terminal en ACP Terminals in gebruik genomen als kolenopslag. Wie goed kijkt, kan vanaf het Noordzeekanaal tussen de kolenbergen nog een glimp opvangen van een witte loods met daarop het Ford-logo, een laatste tastbare herinnering aan het Amsterdamse Fordimperium.
Het Hembrugterrein is een voormalig militair terrein waar de Artillerie Inrichtingen en Eurometaal tussen 1895 en 2003 wapens en munitie produceerden, onder andere in het kader van de Stelling van Amsterdam. De geschiedenis van het terrein is daarmee in zowel mentaal als fysiek opzicht explosief te noemen: de omstreden munitieproductie heeft ook zijn sporen in de grond achtergelaten en daarmee gaat de huidige ontwikkeling van het nu nog ontoegankelijke terrein maar moeizaam. De ontwikkelingen zijn echter hoopvol voor de ca. 60 gemeentelijke en Rijksmonumenten; een duurzame aanpak moet dit terrein voor de toekomst gaan behouden.